Als de wekker gaat omdat we onze spullen bij elkaar moeten zoeken, een ontbijt moeten scoren en daarna om kwart voor 10 met onze fietsen op het perron van Angers klaar moeten staan voor de trein naar Orléans, neem ik nog snel even de tijd om de Tubantia-app te bekijken. Nog in bed en in vakantiestemming stuit ik meteen op Kokeb’s verhaal. Hoe ze vanuit haar betrokkenheid met de Palestijnen op de Flotilla naar Gaza stapte om hulpgoederen te brengen. Hoe ze door de Israëlische marine ontvoerd werd, getreiterd en als terrorist behandeld. Hoe ze het hoofd ophoudt en haar standpunt met argumenten onderbouwt.
Ik weet hoe ze in deze kwestie staat. Bijna elke dag zie ik de Palestinavlaggen die voor haar ramen hangen, iets verderop in de straat. Een enkele keer hebben we wat contact hierover of doneer ik wat. Ik was ook vijf keer in Israël, al wat langer geleden, en heb het land zien afglijden.
Ondertussen fietste ik onbezorgd langs de Loire, af en toe zwetend op de steile klimmetjes naar de wijngaarden, genietend van het weer, de kastelen en de uitzichten. Ik zag veel Fransen met hun Wembanyama-shirts trots rondlopen. ’s Avonds streamde ik nog even de finalewedstrijden van de NBA, maar zag Victor zelf zeker twee keer zijn cool verliezen of simpelweg missen in de slotseconden. Geen victoire voor Victor.
Ik maakte foto’s van eenzame baskets op bijzondere plekken, voor je weet nooit welke sitekick. Soms leek het even alsof er niet zoveel aan de hand was in de wereld.
Tot het langzamerhand 40 graden werd en de klimaatverandering weer niet te ontkennen viel.
Tot Kokeb haar verhaal deed in de krant.
Victor gaat het nog wel maken. Hij wordt nog wel een keer kampioen.
Kokeb is het al.
Jans
Juli 2026